banner

Zonder motoriek kun je niet laten zien wat je weet.

psychomotorische ontwikkeling

Motoriek is de sleutel voor een kind om in het onderwijs te kunnen bewijzen wat het weet, ziet, kent en begrijpt wat het geleerd heeft.

Van kleins af aan gaat elk kind door verschillende ontwikkelingsfases heen. Het is van groot belang dat elke fase goed doorlopen is. Tijdens de ontwikkeling worden er namelijk combinaties gemaakt van waarnemen, leren en bewegen. Als de psychomotorische ontwikkeling niet goed is doorlopen kunnen er lees-, reken-, spel- schrijf- en begripsproblemen ontstaan. In een klas moet elk kind wel iets op kunnen schrijven, iets aanduiden in een tekst. Er wordt dan veel gevraagd van de fijne motoriek en de oog-handmotoriek. Als deze neurologische onderliggende processen niet voldoende ontwikkeld zijn, ervaart het kind moeilijkheden op verschillende vakgebieden en dit kan dan ook tot uiting komen in het gedrag. De symptomen komen dan weleens overeen met een gedragsprobleem, terwijl het eigenlijk een onderliggend proces is wat een kind nog niet goed heeft doorlopen.

Loopt een kind vast met de leerstof? Hiermee oefenen is natuurlijk ook belangrijk, maar waar zit het kind eigenlijk in de ontwikkeling? Waar is het kind vastgelopen? Hoe kan het kind weer verder ontwikkelen?

Ruimtelijk-visuele problemen

De ruimtelijk-visuele problemen kan per kind verschillend zijn. Als er ruimtelijk-visuele problemen onderliggend aanwezig zijn, heeft een kind vaak moeite met de uitvoering. Alles wat je ziet moet je kunnen benoemen, ordenen, herkennen en er een structuur en ruimtelijke oriëntatie aan verbinden.

Visuomotoriek

Veel kinderen hebben het moeilijk met bouwen, tekenen en knutselen. De organisatie, het samenwerken van de ogen en de handen is soms nog een hele klus. Elk kind leert deze vaardigheden, alleen wel op zijn of haar eigen tempo. De fases die een kind moet doorlopen is wel hetzelfde. Het is dan belangrijk om een kind goed te observeren. Hoe tekent het kind? Hoe bouwt het een vorm op? Hoe stuurt het zijn handen? Deze observaties zijn belangrijk om uit te zoeken waar het kind nu precies zit in zijn ontwikkeling en of de visuele waarneming en de fijne motoriek goed samenwerken en georganiseerd worden.

Als de koppeling tussen waarnemen en bewegen niet of gebrekkig tot stand komt, kan dit problemen geven. Bijvoorbeeld in het schrijven, tekenen, puzzelen en andere taken die gebaseerd zijn op een goede visuomotorische ontwikkeling. Bewegen en waarnemen moeten soepel op elkaar afgestemd zijn om vaardigheden en veel schoolse taken in tijd en ruimte vlot te laten verlopen. Het moet één terugkoppelend (feedback) systeem zijn tussen het bewegen en het waarnemen.

  • Geheugentraining
  • Executieve functietraining
  • Aandacht- en concentratieproblemen